22-09-10

wat te schrijven

wat te schrijven

 

-1-

P1080142.JPG

 

"Schrijven of handelen, maar schrijven is handelen en wordt nog een aantal ontwikkelingen meer, wanneer het gelezen wordt. Je bent verwittigd. Deze woorden, zoals alle, weer een eeuwigheid en vanmorgen bezig met geboren worden en altijd aan een ander vervolg voorbereiden bij hun voorbereiding, geboorte en hun levensloop. Woorden, het eeuwige gezeldschap van mens en vogel...uitdrukking van evenwichten tussen tekort en teveel en alles wat naar beide kanten overheld. Teveel drinken, teveel lezen, teveel houden van...alles tussen wanhoop en euforie dat ons bij tijd en wijlen tevreden maakt en ons toch van uit die tevredenheid liefst laat stijgen naar nog hogere lagen die ons dan weldadig gelukzalig, wijs en verlicht maken kunnen. Haast een lichaamelijk gevoel dat spiritueel geworden is. Wat was er eerst, de kip of het ei, een voorbijgestreefd debat, het ei natuurlijk en daarvoor het gevecht tussen bestaan en niet willen bestaan, een strijd die ook wel bigbang wordt genoemd.

Ergens op een stip in tijd, die eenheid is, een ruimte willen innemen die nul benaderd, leidt tot ontploffing, straling, atoom, cel, mens, dood en straling met haar dan weer verrijkte of verarmde invloed op de levens van mensen...want onafgewerkte verhalen zetten zich door en de levenden, één met de doden, zoals tijd via verleden, heden en toekomst één is in het nu...gebruiken voortdurend hun al of niet begrepen verleden in het nu, zoals dit notebookje electriciteit nodig heeft.

Hoe wordt noteboekje geschreven, nootboekje, notebookje, symbolisch 'noodboekje' in dit geval, 's mensens voortdurende analyse zoekt ook zijn huis, en straks het internet, wie weet de uitgever...of wie weet worden deze inzichten, in woorden vertaald ooit ergens een lichtpuntje bij de ene of andere lezer. Onderdeel van een gigantisch aanbod aan informatie ter voorbereiding van informatie en ontwikkeling van bewustzijn, al willen woorden gewoon alleen maar estetisch zijn, eerder dan gebeurtenissen te blijven herkauwen. Ook als je ze niet schrijft, blijven woorden praten in je hoofd, vaak worden ze gestuurd door een aantal lichamelijke noden of tekorten, soms gedreven door het zintuigelijke. De jonge vrouw die aan de overkant van het rond punt tegenover het speelplein van de peutertuin als betovert blijft staan bij het horen van het woord 'mamma' uit één van de jonge mondjes. Kent ze de schepper, schepster van dat woord of loopt ze al een tijdje rond met het zoete verlangen van zwanger te willen worden ? Zou weer een nieuw boek kunnen worden, is er in het echte leven eigenlijk al één met personages die waren wie de huidige personages nu zijn, maar dan in een mix die op van die hele heldere momenten wel volmaakt lijkt, hoogten en laagten inbegrepen. Het vervolg van deze woorden met aanhef-funktie, een andere keer, nu vandaag volgen er hopelijk nog een deel woorden die nauwelijks te verwoorden, laat staan te publiceren zijn...ze zijn te gek voor woorden en daarom zouden ze best schuin op dit nood-boekje-scherm en zo verder verschijnen, wie weet ook eens afgedrukt. Dat ze daar schuin zullen staan te schitteren, om welke geest dan ook te verleiden van te worden gelezen, wil nog niet zeggen dat het scheve woorden zijn."

"Wat te schrijven over de menselijke vorm van zijn anno 2010, op deze eerste herfstdag, die volgens de weerkundige wetenschap een aantal andere nazomerdagen zal inluiden. Tevreden met de nachtrust van vannacht vanmorgen, behalve dan van

de droomanalyse. Waren de alfagolven reeds weg, of was de droom niet eerder een toevallig samenraapsel van symbolen die niet onder een teveel aan overbodige waarnemingen in de dag uitraakten ? Overbodige waarnemingen zijn een echte plaag in de samenleving. Uit het overaanbod van communicatie kunnen te weinigen echt selecteren wat er nu voor hen van belang is. Te velen hebben overbodige waarnemingen nodig om hun leven een voor hun hopelijk tijdige, zinnige invulling te kunnen geven. Ze hebben wereldsterren nodig en vergeten daarbij dat ze zelf kunnen zingen en voetballen en dat ze zelf in hele boeiende films zitten. Ze hebben duurbetaalde bisschoppen nodig om te kunnen geloven in het leven, soms pornosterren en roddels waarvan ze achtergronden niet begrijpen, maar boeiend, dat wel. Ze hebben oppervlakkige nieuwsfeiten en bijna geen duiding nodig, ze stemmen tegen de eigen belangen, zo vol van eigenbelang als ze vaak zitten. Ze maken het gezond kritische deel van de bevolking tot een minderheid die dan maar de nare gevolgen van het oude systeem van aan democratie doen, moet ondergaan. Ze willen wel veranderen, maar zitten vast in een aantal gewoonten en negatieve emoties vaak. Ze hebben onvoldoende uitzicht, vanwege onvoldoende inzicht en een pak onnodige levensangsten.

 oc

 voor  nog meer, zie ook http://deblogkunstenaar.skynetblogs.be  of de andere blogs en bijlinken vd doremifasolsi-linken

13:36 Gepost door zinblogger in do.filosofisch essay | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

Iemand Niemand

109_1937.JPG

Soms heb je met mensen iets dat over de dood heengaat.

Beter gezegd, dat hebben we allemaal.

In meerder of mindere mate is men zich daar van bewust, openbaart het zich.

Soms kennen mensen die dit altijd niet even bewust ervaren mekaar.

Weten van die band en hun eigenlijke levens op een hele intensieve manier.

De eigenlijke levens die ze hebben geleefd primeren.

Ze komen al eens sporadisch in hun leven in contact met mekaar.

Voor een korte of langere periode verstrengelen hun levens als het ware.

Doet de duur van het tijdsbestek er toe en is er niet meer dan liefde en emoties waarover het gaat ?

Wat blijft is het onfysiek contact van de wereld op internet misschien.
Maar is er ondertussen niet die andere wereld, die op het ritme van weet ik veel, volle manen...

doorwerkt tussen hen...hen in meer dan enkelvoud en meervoud meer dan twee ?

Zo was er die dag, een hele ouwe dame werd begraven.

Iemand zag het verdriet en de tranen in de ogen van een kleindochter.

Iemand hield dit intens bezig een stuk van de rest van de dag.

Iemand die toch al een poos geleden nog, bewust kreeg waarom hij vroeg, een verhelderende droom.

Eentje met een vraagstelling vooraf..."waarom die plotse tijd en niet-fysieke ruimte tussen de twee".

De avond vóór de vermoedelijk heetste dag van het koude jaar 2010 ging heen.

Het werd morgen tegen 04.30.

Iemand werkte zich door een droom heen.

Eerst wat over willen reizen en vertrekken en het nog niet doen wegens andere opgaven.

Dan over het waarom van toch te leven waar men leeft en te doen wat men doet.

Ondertussen verliep de droom in de alfagolven van het al wakker zijn en nabeschouwen door.

De missing-link kwam er zomaar meteen onder een beeld van een oorlogsweduwe,

niet diegene die gisteren begraven werd.

Wel de vrouw die een stuk van haar leven naast de eeuwelinge die begraven werd had gewoond.

Het verbazingwekkende was dat die vrouw compleet uit het dagelijkse bewustzijn van Iemand verdwenen was.

En daar stond ze. Iemand moest zelfs nadenken over wie ze was in verhouding tot anderen.

Haar huisje naast dat van de eeuwelinge was al afgebroken.

Iemand dacht na over familiebanden...moeilijke oefening, maar het klaarde op.

Weduwe van de vrouw van de eeuwelinge van gisteren.

Moeder van een zoon, die net als zijn vader door de oorlog was weggemaaid.

De zoon, hoe heette hij al weer ? Hoe zag hij er uit ? Zelfde voornaam als Iemand.

Iemand kon zich geen beeld vormen over hoe de oorlogszoon er uitzag.

Plots was het er...heel duidelijk, als een flasback van toen Iemand op een kerkhof van burgelijke oorlogsslachtoffers voor een foto had gestaan en er een soort gelijkenis zag met de kleindochter van de weduwe.

VOLGT nu de kern van de droom...een flashback met het verdriet in de ogen van de kleindochter volgde.

Gevolgd door een reeks verbanden over het dorp als collectief verdriet met de collectiviteit vd slachtoffers.

Niet meer uit te leggen. Simpel gezegd, gewoon gevoel van verbondenheid, over de dood heen.

Iemand ging buiten. 0500 uur, prachtig ontwaken van de zomerdag naast het water, de koelte verzamelde zich om tegen de rest van de hitte van de dag te kunnen; zette zich in de een stoel aan de vijver, keek naar links, hoe laat was het, zonder uurwerk zou je kunnen zeggen, het was een beetje minder volle maan reeds.

Iemand had het zekere gevoel dat hij iets heel speciaal ging schrijven, zoals toen die dag enkele jaren voor 2006:

'er was dus toch leven na de dood' luidde het toen...inmiddels lijkt het Iemand alsof er gewoon geen scheiding is en altijd alles zich weer in nieuwe ontwikkelingen tussen zij die altijd overblijven vertaald.

Hopelijk heeft iemand iemand begrepen. Iemand dacht zo, 'zal deze woorden eens naar Iemand anders sturen, iemand anders met een hoge slaagkans om het te begrijpen'. Zo zie je maar, je kan het leven en wat er meer is tusssen hemel en aarde niet willen uitleggen aan zo maar iedereen...het moet op basis van concrete levens en verledens en hedens begrepen worden, je kan er geen Kerk van maken.

Oef. Het staat er weer op. Moest Iemand vroegtijdig bezwijken zal het komen door te intensief geleefd, maar misschien wordt je daar ook wel heel oud mee. Zelfs een kort leven in menselijke maatstaf kan dan heel oud zijn.

Wat Niemand wil weten is of het verdriet van de zoon van de oorlogsweduwe nog bestaat...en zo ja of het op momenten als ochtenden als deze in interaktie voorgoed verdwijnt.

co

 

 

13:33 Gepost door zinblogger in re dichterbijdeziel | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

er was dus toch leven na de dood

100_1888.JPG

vervolg van categorie

mi.roman Dichter bij de ziel :  

Zo'n zestien jaar geleden schreef ik de volgende zinnen :

"Er zal vrede komen in het hart van diegene(n) met een eerlijke ziel. Behoedt de wereld van vernietiging en leidt de mensen naar betere levens. Vergeet nooit dat de wereld onverdeelbaar is. Er is maar één leven en één wereld, neem je verantwoordeljkheid en leef zo intens mogelijk. Wees licht om te kunnen gidsen. Ga naar de mensen toe en spreek over toekomstige vreugden. Jouw plaats zal zijn waar jij je vrij zult voelen. Leg hun het verschil tussen de materiële wereld en de spirituele materie uit. De waarheid is eenvoudig. Ze verbergt zich in het verleden, leeft in het heden en heeft de toekomst nodig. Waarom vindt men zo weinig vreugde tussen veel mensen ? Mensen verwonderen zich niet genoeg over wie ze eigenlijk zijn en over wat het leven dat ze leiden eigenlijk betekent. Ze zouden meer filosoof dan materialist moeten zijn, ze zouden zich de vraag moeten stellen waarom ze in een wereld van rijkdom en armoede, oorlog en vrede, stress op het werk en werkeloosheid leven. Maar er zijn andere redenen voor het gebrek aan vreugde...redenen waarover men nog niet kan schrijven en redenen waarover niemand kan schrijven."

Een poging om via een fiktief kortverhaal in deze 'Allerheiligensfeer' het doodgaan eens literair in de bloemetjes te zetten :

Er was dus toch leven na de dood

Het leven van elke dag is een aanvullende bron van inspiratie op alles aan theorie en praktijk waar ik al in elke literaire vorm over schreef.

Ik kon ophouden met schrijven en het aan me laten voorbijgaan tot ik het waarom ervan binnen enkele jaren beter snappen zou ...of ik kon er dagelijks een verslag over uitbrengen. Ik dacht na over de struktuur van m’n dag en bladerde in m’n werken en m’n verschillende soorten inspiratiemappen met ideëen en boekbesprekingen en sorteerde m’n opnames van TV-momenten en krantenartikels en boeken die ik om hun blijvende waarde de moeite vond.

Opdat een eventuele lezer dit zou kunnen volgen moest ik hem of haar eerst een aantal filosofische levenshoudingen overbrengen.

Hoe dit aan te pakken ?

Deze levenswijsheden waren deels het resultaat van een kritische studie van de bestaande levenshoudingen en deels gebaseerd op mijn eigen praktische ervaringen temidden allerlei personages die eigenlijk iedereens levenswereld bevolken.

We hebben ze bijna allemaal wel; famillie, partners, werkgenoten, vakbondsgenoten, partijgenoten, hobbygenoten, vrienden… .

Van al het gebrainstorm in m’n hoofd, vreesde ik even over te koken, als leek nog verder op mijn stoel blijven zitten wachten tot er iets daagde, gevaarlijk aan een ontoelatbare grens te raken.

Ik ging buiten in een door de elementen aangetaste houten buitenstoel zitten bekomen.

Ik strompelde terug binnen. Als symbolisch sloot ik de deur. Er knakte iets in me en ik sloot m’n ogen hier op aarde voor de laatste maal. Onverwacht afscheid, waar ik al zo dikwijls over had gefilosofeerd. Enkele van de dingen die ik me had voorgesteld, werden werkelijk.

De ervaring zelf was toch heel anders en een beetje te vergelijken met de ervaring die ik eens tijdens de crematie van een oude werkcollega van me had beleefd :

Eerst trok er een soort magnetisme door m'n lichaam beginnend van aan m'n voeten, net alsof het uit de grond kwam. Toen dat m’n hart passeerde vreesde ik echt van ‘oei’, het gaat goed fout met me.

Maar nee, het magnetisme versnelde z’n snelheid en éénmaal in m'n hoofd werd het een zichtbare driehoekige pyramide-achtige 'lichtdimensie'. Deze vorm geelachtig licht versnelde en zoefde zoals een fiktie-ruimteschip weg in de eindeloze donkere en verlichte ruimten van de... makrokosmos ?

Of was het de mikrokosmos ? Of een soort onverschillig evenwicht ertussen ?

Waarschijnlijk bevond ik me in de anti-materie die elke soort materie in zich draagt...in de mikrokosmos...maar die is overal, dus ook in de makrokosmos. Voilà, het mysterie 'God is overal', was daarmee opgelost.

In ieder geval, ER WAS DUS TOCH LEVEN NA DE DOOD.

Bij leven had ik drie te kombineren opties rond de dood gehad. We vielen zeker terug uiteen in de elementen uit dewelke we waren samengesteld ; energieën zoals mineralen, water, lucht en licht- en andere golven met zeker hun eigen vorm van bewustzijn.

Vermits we genetisch met de rest van de biologische wereld verbonden waren…waren we ook in die zin niet dood.

Als derde optie had ik alwel bij leven al vermoed dat al je bruikbare levenservaringen, die eigenlijk al begonnen via allen die in de genetische aardse boom aan jouw leven voorafgingen, na de aardse dood als een soort bruikbare ,in twee richtingen werkende energie zouden kunnen dienen.

Die energie, zoals de elektronen waaruit ze bestaat, is onvernietigbaar; ze kan alleen van vorm veranderen en dat is wat er vóór en tijdens en na ons leven met ons gebeurd.

Ik ervoer m’n ‘dood’ zijn als een wedergeboren worden in een andere di-mensie in het ten volle beseffen dat ‘ik’ en ‘we’ eigenlijk al eeuwig leefden ; reeds ver voor het ontstaan van het eerste atoom en de eerste cel als een bezielde energie...de kern van het goede dat zich altijd opnieuw als een kunstenaar uiten wil. Atoom en cel enzoverder worden wil, terwijl het struktuur en samenwerking in de chaos van de afzonderlijke elementen schept. Zelfs als het heelal in één punt verdwijnen zou, zou het toch weer in een ander punt opduiken. Dat andere punt, dat hetzelfde is, het punt midden de cyclus van de achtvorm. Zoals een hart het centrum van de achtvormige bloedsomloop is en een ster het centrum van de makromaterie rondom haar. Zoals een atoomkern centrum in de mikrowerled is.

De overgang was net zoiets als het gevoel dat men heeft bij het aanschouwen van het licht dat vanuit de avondschemer en de donkerte van de nacht in een aantal overgangen van lichtgradaties, ‘s morgens terug geboren word.

Net zoals je bij leven en welzijn soms niet weet of er leven na de dood is, weet je wanneer je dood bent ook niet of je nog een lichaam hebt of niet…zeer raar is dat…van het ene ‘onopgeloste’ raadsel duik je dus in feite een ander in.

M’n individualiteit begon een reis langs ons kollektieve en mijn individuele verleden naar het punt van mijn dood, waar de individualiteit weer in het geheel leek op te gaan en terzelfdertijd er toch nog apart naast bestond. Het ging allemaal wel snel, maar op aarde zou ik vele miljoenen pagina’s nodig gehad hebben om het te beschrijven. Die reis van het atoom naar de cel en de samenleving van nu, doorheen een schets van de menselijke geschiedenis; was eigenlijk een beetje zoals bladeren in een encyclopedie...maar dan op een nog vernuftiger manier dan 'digitaal'. De boodschap en inhoud van de reis was een beetje te vergelijken met een encyclopedie van A tot Z over alles, vanuit alle standpunten bekeken. Misschien was die beleving rechtevenredig met de moeite die ik mezelf had gedaan om zoveel mogelijk voor de mensheid bruikbare kennis op te doen.

Het was alsof de geestenwereld een soort internet-achtig geheel was, samengesteld uit de verschillende geaardheden van alle tot nu toe geleefde levens. Ieder soort leven was een 'home-page' eigenlijk...met vertakkigen naar al diegenen die binnen het aardse verhaal in verbinding met mekaar hadden gestaan. 'Hadden gestaan...' of 'stonden'...het was me nog niet duidelijk.

Het leek er sterk op dat hoe beter het werd om op aarde te leven, des te mooier de symboliek waartussen de 'heengeganen' leefden, werd. Was dat soms de drijfveer van de interaktie ?

Toen ik op een zeker punt NU, na het panoramische overzicht op mijn en ons aardse verleden aangekomen was, drongen de nieuwe wetmatigheden van mijn nieuwe vorm van bestaan tot me door. Ik werd er niet alleen sprakeloos van, ik ‘was’ ook sprakeloos, toen ik besefte op welke manier ik mij voortaan alleen maar naar de nog niet gestorvenen ‘uitdrukken’ kon. Er was ook het besef dat zij mijn energie konden gebruiken en ik de hunne ook nog…maar alleen op symbolische, intuitieve wijze, via gedachten, beelden en dromen en gebeurtenissen…een soort pure inspiratie in feite.

Ik was niet alleen spraakloos, ook ‘zien’ deed ik niet meer omdat ik zelf voor een stuk licht en lucht en vanalles meer was…zonder juist te weten wat, zoals je tijdens je aardse leven toch ook je ingewanden niet kan zien en alleen via een spiegel ‘je verschijning' kan ‘zien’.

Toch dacht ik nog veel meer in zichtbare ‘beelden’ zoals je bij leven in je hoofd ook beelden’ kan zien, waarvan sommige wetenschappers zeggen dat ze er niet zijn. Ik voelde ook sterker dan ooit de goede inborst die ik altijd bij me had gehad.

Ik ‘hoorde’ ook niet meer en toch wist ik eigenlijk niet of ik nog kon horen, want zoals iets dat gezegd wordt ook nog lang erna in je hoofd kan ‘doorklinken’, zo hoorde ik op die manier dan toch nog.

Ik vroeg me af of een stem ook geen gedachte was. Zelfs een gedachte leek een gevoel.

Bij ‘doodzijn’ leek meer de nadruk op het ‘aanvoelen’ te liggen. Het aanvoelen van diegenen met wie je in het leven verbonden was.

Niet het letterlijke aanvoelen, maar het mekaar in de geest ‘raken’…zoals de verhouding ouder-kind of man-vrouw of vrienden en werkgenoten onder mekaar. Het werd me meer nog dan tijdens m’n leven duidelijk, dat al hetgene je als bewustzijn en daden op aarde opstapelt ;al die positieve en negatieve dingen die op mekaar inspelen ; al reeds terzelfdertijd als een energie aan de andere kant als een puzzel ineengelegd worden. Het uiteindelijk ‘aanzicht’ ervan geeft je het beeld van de stand van zaken van ‘zelfkennis’ die je hebt bereikt bij je dood. We kunnen eens 'ontbiologied' alleen nog de intensiteit aanvoelen van wie we zijn.

Je aardse, op positieve en negatieve emoties gebaseerde ‘ziel’ die het beneden schijnbaar voor het zeggen heeft, laat al in het aardse leven stukjes ‘geestelijke informatie’ ontsnappen. Je uiteindelijke dood is het geheel van informatie dat je aangeboden wordt. Pas als je dat ginder allemaal door hebt, krijg je een soort geestelijk orgasme dat je in staat stelt te beseffen dat je aan de andere zijde niet alleen bent en dat er ook met andere geesten kan worden gecommuniceerd…net zoals je tijdens je aardse leven soms anderen nodig hebt om volledig te zijn. Net zoals je dat allemaal op sommige heldere momenten van je leven ook beseffen kan en dat besef dan tijdelijk verdwijnt omdat de gebeurtenissen bijna nooit stilstaan.

Er zijn zelfs momenten waar je je als geest, net als op aarde op je eigen terugtrekken kan…dat zijn dan de momenten, waarop je eigenlijk zoals tijdens je aardse leven, nog het meest verbonden met alles en iedereen bent.

Net zoals op aarde is het leven na de dood niet allemaal rozegeur en maneschijn, het proces van bewustzijnsverhoging dat al begon bij de aardse reis van voor het atoom naar de cel, het organisme, het dier en de mens en z'n samenlevingen…dat proces gaat gewoon verder na de dood.

Het hangt van je aardse verdiensten af in hoeverre je gewapend bent om het proces van bewustzijnsverruiming na je dood, verder te kunnen zetten. Ook je rol in de hierarchie van het hiernamaals bepaal je al tijdens je leven.

Jullie ‘nog levenden’ zouden verbaast staan van wie wat hier in deze wereld na jullie wereld vertegenwoordigt. Indien men het mij toestaat om mee te delen, later meer daarover, maar ik heb het gevoel van niet. Om dat allemaal te kunnen uitleggen moet ik terug naar de puzzel van m’n zelfkennis die ik tijdens m’n leven aanlegde.

ER WAS EEN REDEN WAAROM IK HAD GELEEFD EN NOG LEEFDE

Ik 'keek' naar de plaatsen op de wereld die ik had verlaten en 'zag' de groei en oogsten op de velden naast de wegen waarlangs ik had geleefd of gereisd. Ik zag de auto’s op de wegen en de rook uit fabrieken en huizen. Ik zag de dieren, maar de mensen zag ik niet. Misschien was ik in de mensen en kon ik ze daarom niet zien.

Heel vreemd in ‘t begin. Mijn kennissen leefden alleen nog in m’n herinneringen…ik kon ze alleen maar in m’n herinneringen zien, wat eigenlijk toch meer een hulp in m’n invoelingsvermogen, dan een minpunt was. Het versterkte het gevoel van afzondering dat ik leek nodig te hebben om me beter te concentreren op het observeren van de redenen waarom ik had geleefd.

De hoofdreden van m’n bestaan was het doorgeven van de tekst die ik vlak voor m’n dood geschreven had. Ik had namelijk vlak voor m’n dood een inleiding tot het schrijven van een ultieme roman die ik echt voltooien wou, geschreven. Ik had de inleiding ‘mijn inspiratiemappen’ genoemd.

Al zagen de heengegaanen ‘de nog levenden’ niet meer bezig, ze wisten wat er in die andere wereld gaande was. Zoals de levenden soms bezig waren met de vraag naar het leven na hun dood, zo waren wij, de ‘heengegaanen’ nog altijd bezig met de vraag naar wat er na ons nieuw leven na de dood, ons nog als ‘daarnamaals’ te wachten stond. Ook de energievorm van de 'heengegaanen' was niet voor 'eeuwig' en ook hun energie moest ooit nog eens naar een andere overgaan. Kwalitatief hadden we ons eigenlijk ‘verbeterd’, daar we tussen ons, ‘heengegaanen’ voornamelijk communiceerden met mensen die tijdens hun aardse leven met dezelfde interessen bezig geweest waren.

Het was frapant hoe ieder dat op zijn manier had willen doen.

Diegenen die bijvoorbeeld als boeren bezorgd om land-en tuinbouw waren geweest kregen energie van hen die er op aarde graag mee bezig waren en omgekeerd.

De communicatie tussen hen, kwam erop neer dat het systeem als een soort verbonden vaten werkte. De hebzucht van een kleine minderheid op aarde belette vaak dat de energietoevoer in beide richtingen doorstroomde.

Dan gingen de afgevaardigden van de boeren in het hiernamaals bij wijze van spreken ‘aankloppen’ bij de rechtvaardigen die destijds de wereld willen verbeteren hadden.

Dan vertelden die rechtvaardigen dan weer over hun problemen, en die uitwisseling alleen al was voldoende om beneden en boven toch weer wat energie te genereren om toch weer een aantal hoopgevende gebeurtenissen te ontwikkellen. Evenredig groot was dan de pijn van die gezagshebbers of hun collaborateurs die die blokkades destijds hadden veroorzaakt.

Bij deze zijn dus de huidig levende kreaturen op aarde verwittigd. Doe er iets aan of anderen zullen er iets aan doen…en in de hiernamaalswereld is het pijnlijke deel van het bestaan van de gewone doorsnee sterveling veel vlugger geheeld. Alleen zij die overwegend goede bedoelingen hebben gehad, worden niet lang met persoonlijk nog te verwerken pijn geconfronteerd. Zij ook die op aarde zo aan hun eigen zelfkennis en eventuele heling hebben gewerkt en daardoor zoveel goede golven produceerden dat de heling van anderen mogelijk werd…kunnen nog aanvoelen hoe het met de mensen en dingen beneden gaat…zonder rechtstreeks kunnen in te grijpen...en zonder er pijn van te hebben. Ze kunnen alleen een soort inspiratie en raad aandragen die door de eigenlijke ‘antennes’, die ook de op aarde levende mensen zijn, zou moeten kunnen worden begrepen. Vele negatieve emoties verhinderen dat proces echter. Zowel heengegaanen als de klassiek levenden hebben één groot werktuig dat individuen van beide groepen meer of minder goed kunnen gebruiken : de vrijheid van handelen. Deze vrijheid van handelen is een totaalprodukt van al de situaties waarin ze werd gebruikt en kan om bijna onbeschrijfelijke, bijna onnavolgbare redenen soms voor bepaalde bijna niet te vatten redenen 'geblokkeerd' worden voor beide groepen of hun individuele 'bestanddelen'.

Het hiernamaals waarin wij funktioneren, kan ons alleen maar doen ‘filosoferen’ over nog een ander ‘daarnamaals’, omdat er van tijd tot tijd onder de ‘heengegaanen’ die wij kennen ook geesten zijn die er ineens ‘niet meer zijn’; alhoewel we hun aanwezigheid nog op andere manieren kunnen aanvoelen.

Net zoals op aarde zitten we eigenlijk voortdurend in een tussenstadium, dat je net zoals tijdens je aardse leven kan onderverdelen in een aantal stadiums van immer voortdurende ontwikkeling.

Weer blijkt mij dus glashelder wat ik al tijdens mijn aards leven heb ervaren. Alles is één en verbonden, maar er zijn voortdurend tussenschakels, zoals er maar één kleur van licht is, maar zeven hoofdkleuren en een groot gamma vermengingen. Net zoals vanuit de stilte zeven klanken ontstaan, waarmee je de mooiste muziek en woorden componeren kan.

Net zoals de gedachte, het gevoel en de inspiratie op zijn minst zeven schakeringen van literaire expressie kunnen laten ontstaan.

Van kreten tot praktisch gebruik van woorden, proza, poëzie, essay's, filosofie of een leeg blad toe.

Net zoals je iemands huid op verschillende manieren aanraken kan, van ruw tot heel diep masserend of heel traag en zacht. Vreemd dat we dat lichamelijke eigenlijk uitzonderlijk misten… waren we er nog mee verbonden ? Konden we deze drang in het genetisch bewustzijn van levenden opwekken ?

Hoelang zou zo’n toestand voor elk van ons afzonderlijk blijven duren ? Bestond tijd misschien alleen voor hen die zich niet goed in hun vel voelden...nog veel blijven zoeken voor de boeg hadden ?

Bleef het zoeken van het waarom van alles ook niet voortduren ?

Het uitzien naar de volgende fase in onze ontwikkeling was dus een nieuw soort raadsel voor ons. Ik persoonlijk geloofde niet als een aantal anderen dat we weer gingen verdichten en na het ‘verdwijnen’ uit het hiernamaals weer in een soort aardse lichamelijke werkelijkheid zouden terechtkomen. Ik hield het meer op gissen naar de richtingen die onze geestelijke groei nog kon uitgaan en naar de manier waarop we onze genetische stamboom van alle rassen daar beneden zo goed mogelijk konden duidelijk maken dat ze hun eigen moesten leren behelpen en ontwikkellen om het hierboven makkelijker te hebben...en ook om het ons makkelijker te maken.

Ik had niet veel heimwee naar het beneden, naar het lichamelijke zieleleven, dat het embryo van de geest was, en ook weinig verlangen naar dat waar m’n hiernamaalsvrienden over filosofeerden, het verlangen om terug in verdichte vorm onder aardse omstandigheden te leven. Misschien zou ik het gewoon niet of voorlopig niet weten of zij ooit naar het 'daarnamaals' overgingen of weer, zoals ze hoopten 'reïncarneren' zouden. Dat ze dat reïncarneren maar aan de genetica beneden overlaten.

Het was net of ik al genoeg voldoening had aan het feit de positeve aardse ontwikkelingen nog kunnen mee te beleven. Ik liet hen alleen al door m’n aanwezigheid merken (want zo kommunikeren we daar) , dat ik hun verlangen naar een soort lichamelijke 'wederkeren' een romantische beschouwing vond.

Je kon toch niet terug in de tijd reizen in de zuivere materie, in de anti-materie wel, want we hadden toch nog altijd onze ‘herinneringen’, waardoor we konden ‘teruggolven’ in de tijd…en we zaten toch nog voor een stuk in de lucht en het licht en de mineralen tussen de levenden. Althans ik dacht dat die ervaring voor elk van m’n hiernamaalsgenoten met dezelfde energieën zo was. Op aarde kon je in ruimte terugkeren, maar niet in tijd; dat konden alleen de ziel en later de geest via hun herinneringen…een ziel die voor een stuk lichamelijk was…want anders zouden de levenden geen herinneringen kunnen hebben. Aangezien wij, geesten deel uitmaakten van het licht en de lucht en de golven, misschien zelfs van de voedselketen, hadden we op die manier een invloed op het zieleleven van de biologisch levenden. Sommige van m'n geestesvrienden dachten zelfs aan terugkomen door via het genetisch materiaal weer voor een stuk een aards leven te beginnen. Romantische dromers ! Volgens mij overlapten de ziele-en geesteswereld mekaar gewoon.

Er moest dus zowel tussen de levende als de hiernamaals-en daarnamaalswereld voortdurend een soort verbinding zijn; net zoals verleden en heden en toekomst al eeuwig resulteren in de dialectiek van these-antithese en synthese. Stelling, tegenstelling, samenstelling

Had een deel van m'n 'hiernamaalsgenoten' hun leven als te louter verstandelijk ingestelde filosofen doorgebracht en wisten ze eigenlijk veel over het niet-intelektueel ingestelde volk daar beneden? Hadden ze misschien daarom het gevoel en de nood om opnieuw aan een biologisch leven te beginnen. Als boer of bandwerker...of als 'bedrogen' man of vrouw indien ze bijvoorbeeld andere beweegredenen zouden hebben om terug te gaan. Ik probeerde hen ervan te overtuigen dat het hen niet zou lukken en vroeg om inspiratie aan de schrijver daar beneden op wie ik m'n hoop had gesteld. Inspiratie bleek immers iets dat in beide richtingen werkte.

"Hebben jullie je eigenlijk al afgevraagd wat jullie hier eigenlijk dan nog doen ?", was mijn tegengolf. Waarom zitten jullie eigenlijk nog niet in het ‘daarnamaals ? We zijn tenslotte toch 2003 'zielentijd' en ik ben al geest sinds 1979 " Tijdens het ‘golven’ van die gedachte begreep ik ineens wat Albert Einstein bij leven ook al van zijn eigen theorieën niet begreep toen hij ze voor het eerst als ziel aan papier toevertrouwde.

In 't aardse leven moest ik er altijd voor zorgen dat ik m’n teksten niet kwijtraakte, hier kwamen ze zoals iets dat je gewoon op ‘t internet opvraagd in m’n geest bovengolven.

Niet iedereen kon van dergelijke hiernamaalse natuurwetten gebruik maken.

In de hiernamaalse ‘aanwezigheden’ met minder bewustzijnsgolven waren er afgestorvenen die in vergelijking met het onze een eerder onderbewust bestaan leidden met weinig interaktie tussen het aardse en hiernamaalse bestaan. Ze hadden geen afstand van hun aardse beslommeringen kunnen nemen en hadden in hun aardse bestaan ook geen duidelijk zicht ontwikkeld op de hun dominerende emoties en strukturen die hen bleven gevangen houden. Dat konden evengoed eenvoudige ongeletterden als intelektuele mensen zijn; mensen met een gewoon beroep konden evengoed in de bovenste golven van bewustzijn zitten, terwijl evengoed terzelfdertijd een deel van de mensen met hoge aardse status en macht de minst energierijke golvenreeksen bevolkten.

Ik wist dat het gewoon allemaal te maken had met de intensiteit aan goede wil waarmee je willen leven had. Een ander voorbeeld misschien. Een aantal zelfmoordenaars die een teveel aan goede wil en goedheid getoond hadden en daarin door het machtsstreven van anderen op aarde, verstrikt waren geraakt…kon je wel op kwalitatief redelijk intensieve golven vinden.

Het merendeel echter, stond nog een lang helingsproces te wachten om uit hun te ego-gerichte klaagkultuur te raken. Ze zagen hun onvolkomenheden wel en heelden daardoor geleidelijk, maar een echte uitweg naar meer bewustzijn kon alleen beginnen als ze zelf bij hogere bewustzijnsgolven te rade gingen. Meestal kwamen de meesten zo ver niet.

Bij de zelfmoordenaars werden in het hiernamaals ook diegenen gerekend die zich langzaam zieker en zieker hadden gemaakt door het niet afstand nemen van de ‘energieaftappers’ uit hun omgeving of het niet afrekenen met de negatieve emoties in henzelf.

Energie ‘aftappen’ is een hiernamaalse term voor de 'nog-niet-heengeganen' die het op voortdurende basis via de kracht van emotioneel sterken ‘voortsukkellen’ omschrijft. Wij proberen van hieruit soms wel het 'teveel' aan energie bij de enen intuitief naar diegenen met een 'tekort' te leiden, maar als de 'noodhebbende' niet zelf vanuit eigen kracht begint te denken, voelen en handelen... blijkt dat vaak een nutteloos ingrijpen van ons te zijn. Tegen de tijd dat we echt door hebben dat nog verder 'intuitie' sturen geen zin heeft omdat het niet op de levenslijn van de betrokkenen op aarde ligt... neemt die hun leven dan toch onverwacht en ook onverklaarbaar voor ons, een nieuwe wending. Maar gewoon in het dagelijkse leven is het al voldoende dat iemand letterlijk het licht en de lucht opzoekt en gaat wandelen om zijn of haar bedroefde ziel met 'ons' in onze nieuwe vorm te verblijden...we hebben zelf een connectie naar planten en bomen toe...dus rieken maar.
Emotioneel sterken zoeken in mindere perioden de aanwezigheid van andere ‘sterken’, willen ze in hun sterkte kunnen blijven. Het is natuurlijk makkellijker voor de sterken als de zwakkeren zelf naar andere 'sterkeren ?' ‘wegvluchten’. Meestal ligt de opgave van de 'sterkere' wel in het asisteren van mensen met een geblokeerde groei. Ook wij verstaan het waarom en waarom niet daarvan ook niet altijd.

Energie uitwissellen is dus een voor beide partijen biologisch en spiritueel een gezond proces.

Energie uitwissellen begint met een zo breed mogelijke kennis willen op te doen, begint met door ervaringen durven te gaan en je eigen mogeljkheden en beperkingen in te zien...aan beide kanten van het bestaan. Letterlijk op aarde en in de lucht.

Energie uitwissellen neemt vorm aan door het uiten van woorden, door evoluerende gedachten, door durven te handelen, door hoop en geloof in het mooie en het goede... door kreatie.

In het hiernamaals hebben de meest bekwame energieuitwisselaars het voordeel dat ze zelf niet meer naar de energie van de aftappers moeten afdalen. Ze kunnen alleen nog raad geven, geen hulp meer.

Het werd me duidelijk dat de drie bestaansdimmensies ‘hier’, ‘hiernamaals’ en ‘daarnamaals’ allemaal tegelijk bestonden in dezelfde ruimten als verleden, heden en toekomst…maar in een andere dimmensie. Want :

Wie was er eigenlijk genetisch aan mij voorafgegaan en nagekomen ? Iedereen biologisch levend of 'spiritueel'. Als je ver genoeg teruggaat zijn we allemaal famillie.

De heengeganen zwierven misschien uitsluitend rond in de anti-materie van de golven, het lucht en het licht of de mineralen van onze aarde. Dus via de elementen en het bloed kwamen ze tot in de lijven en genen van die anderen, de levenden…naar daar waar ze misschien via de dirigerende krachten van het ‘daarnamaals’ gestuurd werden. Misschien waren wij 'hiernamaalsers' gewoon een tussenschakel met het 'daarnamaals' .

Je hebt ergens nog iets goed te maken…of aan iemand te leren…voilà…naar daar, in die ziel mag je op een niet ingrijpende manier die ervaringen meemaken, je kan alleen energie geven onder de vorm van raad…als de overdenking of de wens of de handeling van de levende zelf komt.

De levende zelf heeft het volle beslissingsrecht over zijn handelingen.

De intuitie die hij of zij uit een hogere dimmensie binnenkrijgt moet altijd van de dimmensie ‘beneden' (de klassieke ‘levenden’) vertrekken. Je moet 'kracht' durven vragen, en als je ze krijgt was het 'energetisch tijdstip' hiervoor juist. Klinkt moeilijk, maar een aantal mensen weten dit zonder deze uitleg ook al wel.

DE DRIE DIMMENSIES WAREN ALLEN BINNEN DEZELFDE TIJD EN RUIMTE AANWEZIG

Hoe meer angst en onwetendheid er onder de levenden was, hoe meer ze vatbaar waren voor de negatieve invloed van andere levenden… . Het was alleen mogelijk van ‘raad’ te geven telkens een oprecht iemand er nood aan had. Zo iemand moest dan wel al zo ‘wijs’ geworden zijn dat hij of zij de taal van de reeds ‘geest’ gewordenen verstond. In het oude religieuse jargon noemde men die raad ‘engelbewaarders’. Iedereen deed ervaringen op en leefde in de richting van z’n dood, zonder te weten dat het goede gedeelte van het ‘na-de-dood’ hier ook op aarde op geestelijke manier aanwezig was. De kwade bedoelingen van afgestorvenen konden gewoon niet aanwezig zijn maar waren alleen genetisch gebonden aanwezig in de van generatie op generatie doorgegeven negatieve emoties. Hetzelfde geldt en gelde ook voor de positieve emoties...met dit verschil dat de positieve bedoelingen van afgestorven, wel, buiten het genetisch gebondene om aanwezig konden zijn.

De kwade bedoelingen gingen dan ook niet mee naar de overkant. . Ze bleven beneden destructief werken. Hoe meer mensen ‘beneden’ meer ‘menselijk’ dan ‘dierlijk’ reageerden…hoe meer de geestelijke krachten in hen hun werk konden doen.

Teneinde de biologisch-levenden nog van nut te kunnen zijn, moest je de waarheid over het leven en je eigen leven ontdekt hebben; zoniet keerde je alleen terug naar het zuivere bewustzijn van de elementen op zich…of bleef je in het negatieve deel van het genetisch bewustzijn gevangen…of moest je doorheen een soort emotionele heelkuur in het hiernamaals…een kuur die de hiernamaalers met meer wijsheid en geest niet meer belastte.

De ideale kombinatie was een levende die zijn ‘geest’ of ‘geesten’ volledig begreep. Zo iemand was een omnitalent aan inzicht die een breed gamma aan intuitie kon interpreteren en verstrekken aan mensen en organisaties. Eigenlijk wachten we dus allen onze dood af om in het hiernamaals en hier nog een beter begeleider te worden dan we het hier al waren.

Al het positieve en het inzicht in het negatieve, dat we tijdens onze aardse levens niet aan anderen konden overbrengen wordt in het hiernamaals voor iedereen duidelijk en is een onderdeel van het nooit eindigende helingsproces dat tot eeuwig bewustzijn leidt.

DE UITEINDELIJKE BEDOELING VAN DIT LEVEN was, is en zal worden VAN ZICH VOOR TE BEREIDEN OP WAT ER NA DE DOOD KOMT, EN DIT DOOR IN DIT LEVEN TE WERKEN AAN KENNIS EN ZELFKENNIS…en DAARDOOR OP ALLERLEI MANIEREN BIJ TE DRAGEN AAN EEN KWALITATIEVE VERBETERING VAN DE LEVENSVOORWAARDEN OP AARDE.
Het leven kon niet alleen genetisch, maar ook via de oude natuurelementen doorgegeven worden onder de vorm van energie…indien het daartoe de kracht toe verworven had. Belangrijk bij dit alles was te beseffen dat je altijd nog opgenomen kon zijn in de dimmensie die je verlaten had…niet alleen genetisch maar ook in de natuurelementen waarin je uiteengevallen was.

Zelfs verleden, heden en toekomst was één en voor sommigen in hoge mate vooraanvoelbaar.

Ik kon dit vanuit m’n nieuwe aanvoelen doorgeven aan een schrijver die net als ik intensief met deze dingen des levens bezig was. Ik kon zijn zoektocht helpen afronden….en bewees hem via zijn eigen geschrijf, dat alleen het goede, de bron van alles, ‘terugkeren’ kon….want ik wist dat hij nog altijd ‘bewijzen’ nodig had. Hij wist via de wetenschap om, dat het niets niet kon bestaan, want dat wat ’niets’ dreigde te worden; kleiner of gelijk aan nul dus: ontplofte…iets zonder inhoud had geen zin…kon niet meer bestaan bij de overgang naar iets anders.

Hij wist dat de elektronen de onvernietigbare eeuwige bouwstenen van alles waren. Hij wist veel over de elementen en het elektronenspel van de proton-geladen atoomkernen of hun neutrontoestand van onverschillig evenwicht. In zijn verstandelijk bewustzijn reikte ik hem viavia de intuitief symbolische of zakelijke informatie aan die hij nodig had voor de gelijkenissen met de gebeurtenissen in de mensenwereld rondom hem.

Hij was enorm geintresseerd in de dingen die ik hem op allerlei manieren duidelijk maakte.

Hij vermoedde zelfs welke figuren ik hem in zijn leven deed tegenkomen om die en die ervaringen op te doen of dat of dat boek voor hem te kopen…enzoverder. Ook ik zocht eens naar het antwoord op de vraag waar ik hetgeen ik zelf niet wist vandaan haalde…vanuit mijn daarnamaals.

Zijn bewustzijn bloeide nog meer open toen hij besefte dat bij elke ontbinding in om het even welke evolutiefase (fysica, chemie, atoom, cel…)het bewustzijn van van die elementen zich via hun elektronen naar de nog niet -ontbonden, nog niet afgestorven elementen en hun kombinaties verplaatst…OPDAT DE WIJSHEID VAN DIE KOMBINATIES EN DE AFZONDERLIJKE ELEMENTEN NIET VERLOREN ZOU GAAN…KAN GAAN. Alleen de manier waarop dit op persoonlijke en kollektieve vlakken zich beetje bij beetje of ineens realiseert , was niet altijd na te gaan.

FYSICA EN CHEMIE WERDEN BIOLOGIE OMDAT DE GRONDWET VAN HET BESTAAN DE EVOLUTIE NAAR MEER EN MEER BEWUSTZIJN IS. De eerste cellen ‘stierven’(ontbonden) zonder zich kunnen voort te planten.

Het bewustzijn van die afgestorven cellen kwam als een soort andere energie op ‘bezoek’ bij de volgende cellen die nog geproduceerd werden via de ‘navelstreng’ die hen met de natuur verbond, toen ze nog geen zich onafhankelijk bewegende organismen gevormd hadden.

Het bezoek had een ‘raadgevende’ soort leidende funktie dat leidde tot het DELINGSPROCES van de cel; waardoor organismen op termijn meer zelfstandig konden bestaan en hun bewustzijn zichzelf boven dat van de gewone elementen uittilde, verrijkte. DE OERLES DIE DE NATUUR ONS GAF WAS SIMPEL …om te kunnen overleven moest je DELEN

De stap van dier naar mens en van mens naar meer en meer mens; was ook de evolutie van beschouwelijk naar bovenbeschouwelijk. Mensen gingen allerlei soorten relaties met mekaar aan.

Eerst in hun stam, dan in hun dorp, later in hun stad. Op een dorpskerkhof kan je zien dat het 'zijn' ongeloofelijk veel combinaties uitprobeerd om via het spel van aantrekking en afstoting, van tegengesteld en gelijkgezind tot een soort 'filtering' van het verleden door het heden te komen.

Armoede, oorlogen en natuurrampen hebben dit willen 'zijn' van het 'zijn' om verklaarbare en onverklaarbare redenen doorkruist...en hoeven dat niet blijven te doen. Daar moeten we ons bewust van worden.

In zijn schriften had de schrijver tal van aantekeningen over voorvallen en paralellen opgetekend. Er zaten wel tal van voorbeelden in die, wat hij met 'bijzondere energiën' bedoelde, illustreerden, maar het zou zijn krachten te boven gaan indien hij dit soort zaken die hij de voorbije tien jaar genoteerd had, weer gaan opdiepen moest. Misschien kon hij er nu, dag na dag, verslag over uitbrengen; niet meer in de korte notitievorm waar hij alleen aan uitkon, maar in een meer verhalende vorm. Eén dag alleen al bestond uit duizenden details.

Elk verhaal dat hij schreef, zou, indien je er zou op inzoemen bijna oneindig veel mikro-vertakkingen hebben, zodat het beschrijven van de banden met het oneindige makro-geheel onmogelijk worden zou. Een Ierse schrijver had de dag van gisteren,honderd jaar geleden, zestien juni 1904 eens in één boek 'samengevat'. Honderd jaar later nam de schrijver die dag gisteren de hele dag door notities over wat zijn intuïeve wereld hem ingaf. Hij ging iets met zijn werk doen. 'Wij', verplichten hem daar niet toe...en gaven hem langs gebeurtenissen en gedachten om enkele 'verkeersborden'op zijn reis mee.

Hij had ondertussen een hecht geloof dat alles waar hij mee zat z'n eigen wel uitwijzen zou. Meer en meer spitste zijn zoektocht naar de zin van het leven zich toe op de relatie met de dood. Zou hij z'n visie niet eerder moeten vereenvoudigen dan ze gecompliceerder te maken ? Je had enerzijds de genetisch-biologische link en anderzijds de link met de natuurelementen waar we in uiteenvallen. Waar waren de doden naartoe...?

'Simpel toch', had hij gisteren na een reeks onnavolgbare notities besloten. Ze zijn niet méér meer dan de biologische vertakkingen waaruit ze zelf vooortkwamen en waarvan er nog meer dan vijf miljard leven én ook licht en lucht en de vele soorten golven en mineralen waarin ze uiteenvielen. Misschien is er wel helemaal geen link meer met hun bewustzijn zoals zij dat hadden, en is het bewustzijn van de natuurelementen op zich vele malen sterker dan welk bewustzijn je ook in de klassieke vorm van leven aan wijsheid vergaren kan.

De 'stilte' was de taal van de 'engelen'. Het 'geluid' kwam van de levenden uit.

Eigenlijk was er niets dood, want de doden waren weer helemaal natuur geworden en de natuur leeft ook. Geen wonder dat de schrijver zich temidden van landschappen en stilte zo 'kort' bij alles voelde. De 'stemmen' in het hoofd van de schrijver,waren niet alleen zijn 'gedachten'...maar misschien ook hun stemmen onderling of één van hun stemmen die zomaar wat aan hem doorgaf. Waren zij eigenlijk niet de dirigenten van het aardse gebeuren, een soort 'bruggen' die voortdurend berekenden wat vanuit een bepaalde benarde of amusante situatie beneden, gezien de omstandigheden, de 'voorlopig beste' uitweg of oplossing was ? Het waren zij, zijn 'stemmen' die hem het lijden en de vreugde lieten ervaren om te kunnen praten met mensen die ergens op een bepaald deel of op het geheel van hun leven 'in nood', 'lijdend' waren of aangename dingen te delen hadden.

Het waren die 'stemmen', die ontmoetingen voorbereiden en lieten gebeuren en weer afspringen. Ze leefden in een totaal andere wereld...die geesten. Voor hen was een 'binnenkoer' met vier muren geen gewone koer...maar een woning zonder dak. Bij alles wat ze deden, dachten ze in symboliek. Eén lijdende mens, vertegenwoordige voor hen de lijdende mensheid. Eén gelukkige mens, de totale vreugde.

Voortdurend bouwde de andere wereld ook 'spanningen' tussen mensen op.

Die spanningen moesten dan tot ontladingen leiden die hun lijden op termijn 'overbodig' maakten. Wat de ene generatie niet overwint moet de andere doen opklaren.

Dat was dan wel wat anders dan de medische wereld die het lijden wel voor een stuk wegnemen kon, maar toch de lijven van voornamelijk de ouden van dagen zo commercialiseerde dat het lijden tot aan de dood geld opbracht. Hoewel het psychishe lijden met het fysieke lijden verbonden is, kan een psychische (soms fysische) ontlading van spanningen tussen mensen blijvend heil voor alle betrokken partijen meebrengen.

De dingen zijn dan eindelijk eens gezegd zoals ze gevoeld worden. Diegene die de andere 'gebruikte' of 'benadeelde' blijft achter met de konfrontatie met de 'waarheid', de andere zou er versterkt moeten uitkomen indien hij zich niet aan de door 'de op zijn plaats gezette' gelanceerde 'schuldgevoelens' vangen laat. Er hoeven daarom nog geen woorden te worden uitgesproken of mimieken te worden geanalyseerd...het hele proces 'hangt' in de lucht...alhoewel het de daden en woorden zijn die het laten ontploffen.

'Die stemmen toch, die stemmen toch', dacht de schrijver. Negatieve stemmen van zij die er niet meer waren, waren alleen een gevolg van daden uit het verleden. Alleen het positieve van zij die waren heengegaan kon nog doorkomen. Hadden de hiernamaalers zelf alleen nog last van het negatieve van de gestorvenen...niet echt last als ze hier maar wijs genoeg geworden waren misschien ?

Om niet gek te worden besloot hij alle gebeuren maar als één eenheid te zien.

Die andere wereld moest gewoon ook van materie zijn...maar een materie van een andere soort. Misschien waren 'vuur' of andere voor ons ongekende intensiteiten van licht daar voor hen wel even gewoon als water en lucht hier voor ons. Zou er geen tussenruimte zijn waar beide werelden mekaar konden raken ? Een soort spiegelruimte als de stof waar dromen zijn van gemaakt ? Het was ofwel dat of het helemaal terug uiteenvallen in de elementen : 'het terug naar het begin van de wereld worden gestuurd'...'Nee, beide,' dacht de schrijver dan zoals steeds z'n gedachten weer aanvullend.

Het heelal was één lichaam...kon hij daar niet uit besluiten dat alles binnen hemzelf te vinden was...en dat hij meer aandacht moest hebben voor wat zich innerlijk in hem als observatie bewoog ? Wat had het allemaal voor zin hier beneden ? Echt leren beleven wat 'mens zijn' is...en tegelijk door het evenwicht dat je zo bereikt, dichter bij die wereld aan de overzijde komen ?

Ze wilden ons veel leren...wij wilden ons veel leren : zelfstandigheid bijvoorbeeld. Of hoe we ons door ons voorgevoel kunnen laten leiden. Het ontdekken van opgaven die typisch voor ons zijn weggelegd. Het weten dat hoe meer je een antwoord echt vraagt, dat dat er ook komt...via ervaringen en dromen allerhande, via anderen of je eigen diepten en hoogten. De vraag moet alleen goed gesteld zijn en het verlangen eerlijk en van negatieve emoties ontdaan. 'Tussen de twee werelden kan er geen wisselwerking zijn als je teveel aan zware emoties vastzit', dacht de schrijver. Helpen zij door ons en wij hen door onszelf ? Tweerichtingsverkeer. Korte ontmoetingen in een soort midden; maar waarvan de invloeden op lange termijn doorwerken.

Leren van ons niet door illussies te laten leiden...begint dat niet als je eerst al in enkele klassieke vallen gelopen bent ? Waren die krachten van de overkant niet een soort geestelijke ouders voor ons ? Leerden ze ons via de hindernissen die we op onze levensweg namen ? Of speelden wij hier beneden niet juist het spel, het theater dat zij nodig hebben om te leren wat zij bij hun aardse leven op 't eind nog niet hadden begrepen ? Stukken van onze verledens aan de andere helft van 't bestaan, en wij, beiden doorgroeiend naar andere inzichten dan de verworvenen, beide gevend en nemend, lerend en onderwijzend.

Met ons verstand kunnen we veel begrijpen...zoals ...'wat is lucht, wat is licht' enz.. .

Maar wat draagt die lucht en dat licht in z'n anti-materie aan geestelijke power...da's wel effe iets anders. De schrijver probeerde het allemaal niet meer voor z'n eigen uit te leggen en was al blij als hij het gewoon beleven kon. Met zo'n dingen kon je trouwens niet of moeilijk naar buiten komen...zonder voor 'gek' te worden aanzien. Ieder woord had zijn eigen diepe betekenis, het was niet juist dat woord, maar de hele symbolische lading die het dekte. Nervositeit was niet alleen het medisch fenomeen, maar was ook een 'organisatie' zonder leiding.

Het altijd zoeken naar innerlijk evenwicht had ook redenen waarvan de oorzaken vaak bij anderen verborgen lagen. Je werd toch altijd geduwd naar waar je moest zijn...de kleinste reden was goed om je op een pad met grotere gevolgen te sturen...en dat begreep je vaak niet, of alleen maar achteraf. De schrijver ging slapen. Hij droomde dat hij een cabaretavond gaf.

Hij werd wakker en wist maar niet wat hij juist gedroomd had. In de loop van de dag probeerde hij wat voorbeelden voor zijn theorieën te vinden. Hij zocht in zijn archieven en vond een heel oud gedicht van hem, geschreven lang vóór hij met dat leven na de dood zo intensief bezig was. En hij schreef er nog één.

na de dood

De stilte,

is allen die niet meer bestaan

is opkomen en overgaan,

is terug naar onze essentie

in stille beelden blijven ze voor de levenden achter

wat we onszelf wijsmaakten verdwijnt

wat blijft, onze menselijke waarde;

licht, schijnend in licht,

met de lucht ingeademd door de nog ademenden

Licht,

is ook die die er niet meer zijn

Lucht,

doet niemand pijn

Tijdens de zwaarte van het leven reeds even

stilte, lucht en licht zijn,

ze zijn wie de heengeganen waren.

ode aan een punt

vederlicht, immens zwaar, zou ik willen toeven,

in het punt van waarheid, echtheid

waarrond alles cirkelt, dacht ik zo

...behoed het willen weten van verscheuren

...behoed de ontsluierende kracht van zich in te willen graven

...kijk uit voor het teveel verlangen naar de overkant

troebelwitte stilte, vertel me van het luisteren

sterreverre draagwijdte, eindeloze ontwikkeling

kijk uit naar een brug naar ergens

vraag een eeuwigheid stilte voor onvatbare dingen

leef, mens leef, weef mens weef

temidden het stille, eenvoudige en goede

dankbaar voor al het goede en mooie,

zelf te zien, zelf te zoeken;

dwars doorheen kortzichtige onwetendheid

o combination, piece for the mystery of life

 

De zin van het leven was eigenlijk dat iedereen hier beneden ‘sterk’ moest worden om na zijn aardse dood nog als ‘goede raadgever’ kunnen te funktioneren. In een bepaalde zin lag alles dan eigenlijk ook voor iedereen min of meer vast, daar het altijd uit het vorige voortvloeide. Dat is de verklaring van het waarom dat sommige mensen beter dan anderen hun 'levenslijn' aanvoelen kunnen.  oc